Altijd actueel

Nieuws
Nettoloon stijgt in 2026, maar vakantiegeld pakt niet voor iedereen hoger uit

Het vakantiegeld, officieel vakantiebijslag, valt in 2026 niet voor iedereen hoger uit. Terwijl werknemers dit jaar maandelijks netto meer overhouden van hun brutoloon, lopen de verschillen in het vakantiegeld uiteen.

Parttime werknemers en werknemers met het minimumloon gaan er bijna allemaal netto op vooruit. Maar werknemers met een inkomen vanaf € 2.500 tot 1,5 keer modaal gaan er over het algemeen netto iets op achteruit. Dat blijkt uit berekeningen van HR- en salarisdienstverlener ADP.

Lagere inkomens profiteren het meest

Parttimers met een bruto maandloon tussen de € 1.000 en € 2.250 ontvangen dit jaar over het algemeen netto meer vakantiegeld dan in 2025. Bij een maandloon tussen de € 1.250 en € 1.750 is dat tussen de € 13 en € 18 extra. Opvallend is dat het bij een bruto maandloon van € 1.000 om een plus van € 221 gaat, en bij een bruto maandloon van € 2.250 om een toename van € 132. Dat is het gevolg van een mix van maatregelen vanuit het Belastingplan 2026, waarbij ervoor is gekozen om de groep werknemers met lagere inkomens tegemoet te komen. Alleen bij een bruto maandloon van € 2.000 zien we een achteruitgang van € 5 netto. Bij dit inkomen bouwt de arbeidskorting dit jaar minder snel op dan vorig jaar.

Werknemers met een minimumloon houden dit jaar netto meer vakantiegeld over dan vorig jaar. Bij een 36-urige werkweek gaat het om € 61 extra en bij een 40-urige werkweek om € 60 extra. Hierbij is ook rekening gehouden met de stijging van het wettelijk bruto minimumuurloon ten opzichte van 2025.

Plus en min wisselen elkaar af per inkomen

Werknemers die bruto € 2.500 of € 2.750 verdienen houden circa € 7 minder netto vakantiegeld over dan vorig jaar. Dat komt met name omdat de opbouw van de arbeidskorting in deze inkomensgroep minder snel stijgt dan vorig jaar.

Bij een inkomen van bruto € 3.000 ontstaat er juist een plus van € 39 netto. Door de belastingmaatregelen voor 2026 betalen zij nu over het volledige inkomen het lage belastingtarief, terwijl ze vorig jaar over een klein deel van hun inkomen het hogere middentarief verschuldigd waren.

Werknemers met een modaal inkomen (€ 3.704 bruto per maand) of 1,5 keer modaal (€ 5.556 bruto per maand) gaan er met het vakantiegeld € 5, respectievelijk € 7 netto op achteruit. Dat komt doordat het belastingtarief in de middenschijf licht is gestegen en door wijzigingen in afbouw van de inkomensafhankelijke loonheffingskortingen.

Bij een inkomen vanaf twee keer modaal (€ 7.407 bruto per maand) is het netto vakantiegeld gelijk aan vorig jaar.

Meer belasting bij vakantiegeld?

Er wordt vaak gezegd dat er meer belasting betaald wordt over vakantiegeld dan over regulier loon. “Dat het door werknemers zo wordt ervaren, is wel te begrijpen, maar het is feitelijk onjuist! Hoewel de inhouding op het bruto vakantiegeld verhoudingsgewijs vaak hoger (of lager) ligt dan bij de inhouding op het bruto maandloon, maakt het op jaarbasis in de regel geen verschil of je het in één keer uitbetaalt of verspreid over 12 maanden”, aldus Karin Stam, expert in wet- en regelgeving bij ADP. “Als je alle periodebetalingen inclusief vakantiegeld bij elkaar optelt dan wordt in de regel op jaarbasis hetzelfde bedrag aan loonbelasting ingehouden en aan loonheffingskortingen verrekend, ongeacht of je het vakantiegeld in één keer uitkeert of gespreid over 12 maanden. Om dit te realiseren, vindt er bij het eenmalig betalen van vakantiegeld een extra verrekening plaats zodat er op jaarbasis geen of weinig verschillen ontstaan”.

Bron: Accountancy Vamorgen


Bekijk ook